De voorhuid van Christus
20 / 01 / 2012‘Wilt ge allemaal stil zijn, dan kunnen we beginnen.’
N-VA-fractieleider Jan Jambon maakte met een autoritair gebaar een einde aan het geroezemoes in de zaal vol N-VA-verkozenen.
Wij bevonden ons in de afspanning ‘t Centrum te Heide/Kalmthout, waarvan de uitbaters raar opkeken toen wij – zijnde ikzelf en mijn sympathieke dobermann Brabançonne – daar gemoedelijk keuvelend met de Vlaams-nationale kopstukken naar binnen wandelden. De vergadering had tot doel het zogenoemde maatschappelijk ongenoegen op eerlijke wijze te verdelen over de verkozenen, zodat zij geen dag uit de media zouden blijven.
‘Ieder zijn fifteen minutes of fame, is het dat waar u naartoe wilt?’ had ik enkele dagen eerder geïnformeerd toen de N-VA mij kwam polsen om de mediastrategie van de partij te stroomlijnen.
‘Mijnheer Van Dievel hier, ‘ sprak Jan Jambon schalks, ‘die de reputatie heeft een rooie hond te zijn (boegeroep in de zaal) maar voor wie geld geen kleur heeft (hoongelach in de zaal), zal u één voor één een maatschappelijk ongenoegen toewijzen waarop ge u moet profileren, ‘t is te zeggen, waar ge in de media mee moet komen, en liefst van al nog op de televisie van VRT. Het is de uitdrukkelijke wens van de partijtop dat de N-VA geen dag uit de belangstelling van de pers blijft. Mijnheer Van Dievel hier zal daar met zijn lange arm op de nieuwsdienst en bij de redactie van De Standaard zorg voor dragen.’
De zaal bleef mij en de fractieleider vol onbegrip aanstaren. Wat had de kat nu binnen gebracht, zag ik de meest gematigden denken. De baarlijke duivel is onder ons, las ik in de ogen van de diehards.
‘Komaan, smeerlap, ge hebt het woord,’ vuurde Jan Jambon mij aan.
Een bevrijdend gelach vulde ‘t Centrum. Dat was tenminste gesproken in mensentaal.
‘We beginnen met het voetvolk,’ stak ik van wal.
‘Het recht op roken op caféterrassen is voor Jan Van Esbroeck, inwoner van deze schone gemeente.’
‘De vossenjacht is voor Mark Demesmaeker.’
‘Weg met de groene fundamentalisten!’ brulde het net genoemde parlementslid.
‘Ge zijt tegen de vossenjacht, kieken, niet voor,’ verbeterde voorzitter De Wever in persoon Mark Demesmaeker.
‘De strijd om meer openbare toiletten is voor Matthias Diependaele,’ vervolgde ik onverstoorbaar, ook al leek de begunstigde niet erg gelukkig met zijn toegewezen competentie. En zo ging ik onverdroten verder, wijl Brabançonne telkens een high five pleegde met de betrokkene en optrad als applausmeester.
Na een half uur kwam ik aan de kopstukken van de partij toe.
‘Het asielbeleid dat op niks trekt en de vetpotten van de vadsige koning zijn voor Theo Francken.’ (Gejoel)
‘Het zogenoemde Centrum voor Ongelijke Kansen is voor niemand minder dan Ben Weyts!’ (Gejuich)
‘En hij krijgt er de onbekwaamheid van Di Pipo om de tweetaligheid van de topambtenaren te verzekeren bij!’
Ben Weyts danste juichend als een bokser in de ring.
‘Jan Peumans moet het in bloed, zweet en tranen verdiende inkomen van de Vlaamse parlementsleden verdedigen!’
Slechts de helft van de zaal applaudisseerde nu, de federale verkozenen keken maar sip.
Ik begon zelf plezier te krijgen in het opjutten van het kruim van de Vlaamse natie. Ik verzon ter plekke wat maatschappelijk ongenoegen zoals een verbod op het thuis roken op de WC en een verhoging van de BTW op leeuwenvlaggen, liederenbundels en volksdansen. Het ging er allemaal in als zoete koek.
‘Onze minister Muyters,’ riep ik met overslaande stem, ‘zal zich inzetten voor meer fatsoen in de politieke zeden en gewoonten! Philippe voor een propere en eerlijke politiek! ‘
In de zaal klonk enkel gekuch. De kopstukken bestudeerden aandachtig de nagels van hun vingers. De behoeder der Vlaamse centen maakte zich zo klein als mogelijk.
‘Ander onderwerp, lullo‘ siste Jan Jambon in mijn oor.
‘En dan zijn we nu bij onze geliefde voorzitter!’ schalde ik in de micro.
De zaal begon te stampvoeten op de plavuizen zodat het hele gebouw daverde.
‘Onze voorzitter zal strijden voor de terugkeer van de Voorhuid van Christus naar de Antwerpse kathedraal!
Er viel een ijzige stilte.
‘Zeg eens, triestigaard,’ verbrak Bart De Wever het stilzwijgen aan de tafel der kopstukken, ‘ dat was maar om te lachen hoor, dat van die Voorhuid.’
‘Onze voorzitter heeft veel gevoel voor humor, in tegenstelling tot onze politieke vijanden!’ viel ik op mijn pootjes. Maar de schwung was er een beetje uit.
Bart De Wever aanvaardde slechts met tegenzin de strijd tegen de nieuwe financieringswet die Vlaanderen over een kleine dertig jaar in bittere armoede zal gestort hebben.
Enfin, de vergadering die zo goed begonnen was, eindigde enigszins in mineur. Vooral omdat ik Geert Bourgeois en Siegfried Bracke bleek te zijn vergeten bij het uitdelen mijner gaven.
‘Siegfried,’ troostte ik mijn vriend en voormalige hiërarchische overste, ‘ de partij rekent op u om Gent te heroveren op de Bulgaren en de Roma.
Geert Bourgeois was minder makkelijk af te schepen. Dat bleek toen ik hem, als wederdienst voor mijn inspanningen voor de N-VA, poogde te winnen voor de verhuis van het VRT-omroepcentrum van Schaarbeek naar Kalmthout, op de plaats waar nu nog het voetbalveld van SV Heibos gelegen is, zijnde op spuugafstand van mijn modeste villa.
‘Als de VRT verhuist, Van Dievel, ‘ sprak Bourgeois misnoegd en uit de hoogte, ‘zal het naar de weide van het IJzermonument in Diksmuide zijn. We zoeken toch een nieuwe bestemming voor deze site en de IJzerweide heeft als geweldig voordeel dat de VRT geen nieuwe zendtoren zal moeten bouwen.’






