‘Doe het voorzichtig aan,’ had Brabançonne mij op het hart gedrukt,’ na drie maanden kluizenaarschap op een ver eiland zal één uurtje in de grote stad ruimschoots volstaan. Ik zou liever hebben dat ge begint met een bezoek aan de shopping mall van Achterbroek.’
‘Gij overdrijft!’ had ik zijn bezorgde waarschuwing weg gelachen, waarna ik roekeloos en zonder de minste voorbereiding op de trein naar Antwerpen was gesprongen.
De trein zelf, dat ging nog. De aankomst in Antwerpen Centraal was al iets minder. Volk, zoveel volk! En allemaal even gehaast en onvriendelijk. Op de De Keyserlei werd ik door opdringerige kelners bij armen en benen vastgegrepen en bijna een namaak Italiaans restaurant binnen gesleurd. Op de Meir werd ik door een propagandaploeg van Vlaams Belang uitgescholden voor ‘bruine smoel’. Ik moet toegeven: in vergelijking met de rest van de bevolking zie ik er inderdaad nogal gebronzeerd uit. Maar toen ik eindelijk dacht uit de gevarenzone te zijn ontsnapt en ik mij op de Groenplaats op een bankje wilde nedervleien tussen Wino’s & Tramps, werd ik door een aantrekkelijke blondine kordaat bij de arm genomen en naar een geparkeerde bus meegetroond.
Het was Catherine Moerkerke van de VTM!
‘Ha Louis,’ sprak zij vrolijk, ‘gij wilt zeker wel de stemtest van VTM uitproberen!’
Het was geen verzoek en nog minder een vraag, kon ik uit de vastberaden toon in haar stem afleiden.
‘Maar Catherine,’ spartelde ik tegen, ‘ik werk voor de VRT, enfin, soms toch, enfin, voorlopig toch nog, dat kan ik toch niet maken.’
‘Heeft de VRT een stemtest?’ vroeg Catherine Moerkerke terwijl ze mij verleidelijk toelachte.
‘Catherine,’ zei ik, ‘ik ben pas terug van een lang verblijf in den vreemde, ik weet van toeten noch blazen.’
‘Des te beter,’ sprak Moerkerke, ‘dan kunt gij De Stem van Vlaanderen onbevooroordeeld invullen. Ik ben benieuwd naar het resultaat.’
Dat laatste zei Catherine Moerkerke niet tegen mij maar in de lens van de camera die – en dat merkte ik toen pas – al de hele tijd op ons gericht was.
‘Is dat voor den teevee?’ stamelde ik als de karikatuur van de Vlaming die op straat door een tv-ploeg wordt onderschept en uit zijn doen wordt gebracht.
‘Natuurlijk is dat voor de tv!’ suste Moerkerke mij, ‘ge komt straks in het nieuws, want ge zijt de eerste die we zo zot hebben gekregen dat hij vrijwillig meedoet.’
Voor ik het wist zat ik in de VTM-bus voor een computer. De Stem van Vlaanderen stond al klaar op het scherm en Catherine Moerkerke duwde in mijn plaats op start. Links én rechts van mij hadden cameramannen plaats genomen.
‘Ik zou de stemtest liever in alle intimiteit willen in vullen,’ probeerde ik nog tegen te spartelen, maar Moerkerke had – om geen tijd te verliezen, want de deadline van 1 uur was al vervaarlijk nabij gekomen – zelf al de schuifknop op de eerste vraag naar links bewogen, aangevende dat ik de splitsing van BHV belangrijker vond dan het aanzwengelen van de werkgelegenheid.
‘Allez, de tweede vraag moet ge zelf doen. Maar wilt ge alstublieft niet treuzelen? Ik heb nog maar tien minuten.’
De Euro redden door geld te lenen aan andere EU-lidstaten, goed of slecht idee? Daar wilde ik toch even over nadenken. Maar Moerkerke had na 3 seconden zelf al de schuifknop naar ’slecht idee’ verschoven.
‘Louis, gij weet toch hoe tv marcheert, ik had van u toch meer soepelheid verwacht!’ berispte ze mij.
Razendsnel gaf ze zelf een antwoord op de volgende 16 vragen.
‘Lachen!’ spoorde de cameraman aan mijn linkerzijde mij aan.
‘Kom, de laatste twee moet ge zelf doen en ge moet er commentaar bij geven, interessante commentaar als het kan.’
Vraag 19: De Vlaamse onafhankelijkheid uitroepen, goed of slecht idee?
‘Kijk, dat vind ik nu eens een luizig idee,’ zei ik,’ en ik verklaar mij nader. Ten eerste: Vlaanderen is maar een zakdoek groot, is eigenlijk 1 groot dorp. Ten tweede: …’
Maar Moerkerke had in mijn plaats al ‘goed idee’ geantwoord op die vraag en ook op de vraag of gepensioneerden onbeperkt mogen bijverdienen.
‘Dank u wel Louis van Dievel,’ sprak ze nu welgemutst in de camera, en dan gaan we nu live kijken naar uw stemprofiel.’
Wij bleken rechtstreeks in het middagnieuws van VTM te zitten. Het angstzweet brak mij uit!
‘Uw evenbeeld is Gene Bervoets, kunt ge u daar in terugvinden Louis? En op twee staat Dirk Draulans.’
Voor ik kon antwoorden had Catherine Moerkerke ook al mijn tegenpolen opgesomd: Marianne Thyssen, Annemans en Dewinter.
Catherine Moerkerke gaf mij vervolgens een fikse duw zodat ik uit het beeld verdween, en nodigde de VTM-kijkers uit om het voorbeeld van de sympathieke Louis te volgen en zich en masse naar de VTM-bus op de Groenplaats te begeven. Er waren sleutelhangers te winnen. En vrijkaarten voor Plopsaland.
Ik sukkelde de bus uit en wilde het op een rennen zetten, richting Centraal Station, toen mijn gsm piepte. Het was Piet Van Roe.






Welkom terug, Louis. Uw hond heeft er niet veel van gebakken, vind ik. Het is zo erg gesteld met de campagne dat ik helaas mijn kiesbrief met het oud papier heb meegegeven. Onverantwoord om uw personeel alleen met de zaak te laten zitten op dit moment.