‘Vliegt den blauwvoet, storm op zee!’ zong mijn gsm zijn nieuwste liedekijn. Het was al de 50ste oproep die dag, waardoor het warme noeneten erbij ingeschoten was.
‘Zeker weer eentje die voor alle anderen de uitslag van de politieke peiling wil kennen,’ mompelde Brabançonne, met een ongezond broodje in zijn muil.
Voor alle zekerheid wierp ik een blik op de display. Het was Vande Lanotte. In een reflex duwde ik op het groene knopje.
‘Wachten tot zes uur, gelijk iedereen!’ zeide ik, zonder verdere plichtplegingen of zelfs maar een beleefde begroeting. De goede manieren die ik op mijn kleine en verre eiland had aangeleerd, zijn nog slechts een vage herinnering.
‘Spreek ik met meneer Van Dievel?’ sprak Vande Lanotte, een weinig van zijn à propos gebracht.
Dat kon ik moeilijk ontkennen, wat ik dan ook niet deed.
‘Ik zit om goede raad verlegen,’ sprak Vande Lanotte op een voor hem ongewoon deemoedige toon.
‘De firma Van Dievel Consulting hanteert voor haar adviezen het dubbele van de Peter Van de Veire-norm, kunt u zich daarin vinden?’
Dat bleek geen bezwaar. Net zomin als betaling in het zwart.
‘Kijk,’ zei Vande Lanotte, ‘ ik heb in een interview aan Het Laatste Nieuws gezegd dat ik geen kandidaat-premier ben. Maar ik heb al een beetje spijt van die uitspraak. Wat moet ik doen?’
Brabançonne en ik hadden bij de lectuur van dat interview zodanig hard moeten lachen dat mijn dobermann zijn plas niet had kunnen ophouden en tegen de deur van de blibliotheek had gepiest. Aan de binnenkant.
‘Hebt u al veel reacties gekregen op uw boude uitspraak?’ vroeg ik toen ik mijn stem enigszins onder controle had.
‘Eigenlijk niet.’ gaf Vande Lanotte toe.
‘Prijs uzelf gelukkig!’ zei ik en maakte een eind aan het gesprek.
Net toen ik de foto’s van mijn zelf gewenste ballingschap op mijn verre eiland nog eens wilde bekijken, piepte mijn gsm opnieuw.
Het was Frank Vandenbroucke (uit Leuven).
‘Kameraad Lowie,’ sprak hij mij aan, ‘ het ligt niet in mijn aard, maar ik zou een risico willen nemen.’
Volgens mij ben ik de enige persoon die hij nog met kameraad aanspreekt.
‘Spreek, kandidaat-senator!’ moedigde ik hem aan, ‘Wie niet waagt die niet wint.’
‘Het zit zo’ zei hij,’ik lees in Het Laatste Nieuws dat Vande Lanotte geen kandidaat-premier is. Zou ik mijzelf voor dat hoge ambt naar voren schuiven of is dat er een beetje over?’
Brabançonne, die meeluisterde, en ikzelf keken elkaar met grote ogen aan.
‘Hoe schat u de kansen van uw partij in op 13 juni, heer Vandenbroucke?’ peilde ik.
‘Dat interesseert mij eigenlijk niet, kameraad Lowie, ik ben enkel in mijn persoonlijke score geïnteresseerd.’
‘In uw revanche op kameraad Gennez zult u bedoelen?’
In Leuven, of waar ook – want dat weet men niet met die moderne telefoons – werd er een eind gemaakt aan het gesprek.
Toen belde Bert Anciaux.






@Van Dievel : een broodje ongezond, zo zegt men dat beste vriend. ( een ongezond broodje! )
@db piet : Rik “fucking” – Torfs – , dat leek me duidelijk genoeg. Toch ?
@Louis : ik dacht dat Frank Vande Zwartekas, zo ik me niet vergis toen minister van geld, alles had laten opstoken?
en wat had Van Roe u eigenlijk mede te delen? Dat weten we nog steeds niet.
@Jean-Marie ( neen niet Paf maar DD meneer db ), goede raad kan ook goedkoop zijn, roep uw aanhangers op om enkel nog op uzelf óf op Bart ( neen meneer db niet Bért maar Bárt ) te stemmen, u zal me nog dankbaar zijn.