Van Dievel Consulting

Vlaams, Vlaamser, Vlaamst

14 / 07 / 2010

‘Lowie,’ sprak Rik Torfs, ‘ik koester grootse plannen en daarbij heb ik u nodig.’

Wij zaten in de bibliotheek van mijn modeste villa in Kalmthout, en hoewel ik thuis speelde, voelde ik mij niet op mijn gemak. Vroeger zouden wij elkander, bij wijze van begroeting, in de armen zijn gevallen, zouden wij al grappend en grollend een fles of twee, drie Bloedwijn van Zuster Godelieve soldaat hebben gemaakt in de tuin, zouden wij elkaar de loef hebben afgestoken met roddels en geruchten over de Wetstraat, en in het bijzonder over de Christelijke Volkspartij. Nu had ik het moeten stellen met een slap handje en een flauwe glimlach. Iets in zijn blik deed mij aan Leo Tindemans denken, een onheilspellend voorteken als u het mij vraagt. Ik besloot mijn indrukken voor mijzelf te houden. De stoof moet branden, nietwaar.

‘Ik moet u vragen geheimhouding te zweren over wat hier gezegd wordt, Lowie.’
Uit zijn binnenzak haalde Rik een lijvige foliant te voorschijn die een bijbel bleek te zijn.
‘Leg hier uw hand maar op en zeg mij na…’
Wat lacherig (en inwendig geschokt) voldeed ik aan zijn dringend verzoek, waarna de lucht inktzwart werd en de bliksem vlakbij insloeg.
‘Ik wil dus voorzitter van de CD&V worden, maar dat wil ik nog niet met zoveel woorden gezegd hebben,’ stak senator Torfs meteen van wal, ‘want wie te uitdrukkelijk naar het voorzitterschap solliciteert, krijgt het deksel op de neus.’
‘Ik ben vertrouwd met de zeden en gewoonten binnen de christene partij,’ stelde ik hem gerust, en ik heb op succesvolle wijze de campagnes van Stefaan De Clerck, Yves Leterme en Jo Vandeurzen begeleid.’

Uit de gefronste wenkbrauwen van mijn bezoeker kon ik opmaken dat die klandizie niet echt als een referentie overkwam.
‘U moet vooral nooit zeggen dat u kandidaat-voorzitter bent, ‘ haastte ik mij te zeggen, ‘u moet zeggen dat u kandidaat-vernieuwer bent. U moet zeggen dat het christelijk personalisme achterhaald is.’
‘Het wàt?’ onderbrak Rik Torfs mij.
‘Rik,’ zei ik op licht verwijtende toon, ‘het christelijk personalisme is de officiële ideologie van CD&V, oud-huis CVP; het komt erop neer dat elk individu uniek is en pas zichzelf kan worden in een gemeenschap. Dat was misschien waar toen het verenigingsleven nog bestond en de zuilen floreerden, maar met gekwebbel over gemeenschap en solidariteit moet ge de mensen tegenwoordig niet lastig meer vallen. Het is ieder voor zich en god voor ons allen.’

Rik Torfs maakte ijverig notities.
‘Zo moogt ge dat natuurlijk niet verwoorden,’ vervolgde ik, ‘ ge moet zeggen dat het individu niet meer geleid wordt door de gemeenschap, ge moet de klemtoon leggen op het zelfstandige ik, ge moet zeggen dat de mensen in een losser verband leven, dat ze vaker alleen zijn, dat we daar niet over mogen moraliseren. Daarmee zet ge u duidelijk af tegen Wouter Beke.’

‘Die misdienaar!’ liet Rik Torfs zich misprijzend ontvallen.

‘Pas op Rik,’ corrigeerde ik hem onmiddellijk, ‘laat geen onvertogen woord over Wouter Beke vallen, zeg dat de partij als één man achter de tijdelijke voorzitter staat, gelijk de partij ook als één man achter Marianne Thyssen stond. Zeg dat ge een licht meningsverschil hebt met Wouter Beke. En voeg daar meteen aan toe dat ge over “de fond” wilt discussiëren, niet over bagatellen als de voorbije kiescampagne of het Vlaams profiel van CD&V. Zo maakt ge nog eens het verschil met Beke.’

”Hebt ge ook bruikbare oneliners in voorraad?’ informeerde de senator.
‘Voor elke omstandigheid, Rik.’

Brabançonne en ik waren vanmorgen speciaal om half acht opgestaan, want wij wisten dat onze klant te gast zou zijn bij Limbo op de radio, nadat hij een voorzet had gegeven in de Knack.

‘Ik wil in debat treden met mensen die nog nooit voor CD&V gestemd hebben,’ hoorden wij zeggen. Dat hadden wij Rik al tijdens de campagne uit den treure horen beweren.
Maar net toen wij wilden beginnen zuchten dat Rik niets van de les onthouden had, kwam hij toch onder stoom.
‘Het is nooit een goed moment om niet na te denken.’
‘Politiek is niet enkel een spel dat om de macht draait, maar om ideeën.’

En tot vreugd van Brabançonne, die het auteursrecht voor deze oneliner mag opeisen, zei Rik Torfs over het Vlaamse profiel van zijn partij: ‘We moeten niet Vlaams, Vlaamser, Vlaamst willen zijn.’

En toen Limbo maar bleef suggereren dat Rik Torfs toch wel naar het voorzitterschap solliciteerde, iets waar we hem voor hadden gewaarschuwd, wees de senator haar allerliefst terecht:
‘Ik begrijp dat u te vermoeid bent om scherp samen te vatten, maar u weet niet waarover u spreekt, en als u die vraag nu nog een keer stelt, zal ik mij bij hogerhand beklagen. Het christelijk personalisme heeft nog altijd een lange arm, jongedame! Woont u overigens alleen?’

1 Antwoord op “Vlaams, Vlaamser, Vlaamst”

  1. Mark :

    Net voor mijn verjaardag van mijn vrouw het boekje “Zeslettergrepigheid” van Drs. P gekregen. :)
    En vermits ik nu helemaal in de ban van dat duivelse metrum ben, een dubbel ollekebolleke om het door te spoelen.

    Witte konijnen als
    Redders van ‘t vaderland
    Of op zijn minst van een
    zieke partij

    Torfs, ‘t witte dier heeft een
    Napoleontische
    Droom – en geen Beke! Die
    schuift hij opzij

    Vol van ambitie maar
    ‘t Mag niet geweten zijn
    Knagende interviews
    hinten alom

    Als hij niet uitkijkt wordt
    “Rikkerigtorfsigheid”
    ‘t Nieuwe partijwoord, nog.
    (Klinkt toch wat stom.)

Plaats een antwoord op het bericht