‘Ahum.’
De vorst moest drie keer ‘ahum’ zeggen voor ik aandacht besteedde aan zijn aanwezigheid. Ik had hem namelijk niet herkend zoals hij daar aan de tralies van kasteel Belvedère stond. Zijn dunne haar was in een staartje samen gebonden, hij was nog ongeschorener dan een week geleden, en hij droeg niet de roze bermuda waarvan sprake in de media, maar een soort battledress, uiteraard in camouflagekleuren. In zijn hals was een tekst getatoeëerd: L’union fait la forçe. En zijne majesteit had de sleutel van het paleis in Saint Tropez laten liggen.
‘Sire’, kreet ik met overdreven enthousiasme, ‘u ziet er vorstelijk goed uit, wat een paar dagen vakantie toch met een mens kunnen doen! Sta toe dat ik u binnenlaat in uw eigen kasteel.’
Een kwartier later zaten wij gezellig van een glaasje wijn te nippen onder een ceder uit Libanon. Brabançonne was gaan solliciteren.
‘Hoe staat het koninkrijk ervoor, mijnheer Van Dievel?’ informeerde de koning.
Ik trok mijn gezicht in een ernstige, ja zelfs dodelijk bezorgde plooi.
‘Niet goed, majesteit; ik zeg het niet graag maar het gaat niet goed.’
De vorst dronk zijn glas wijn in een keer leeg en knipte met de vingers, waarop een lakei het glas tot aan de rand bijvulde.
‘Di Rupo?’vroeg het staatshoofd.
‘Was het alleen maar dat, sire.’
De koning slikte.
Ik deed hetzelfde en vatte mijn betoog aan.
‘Sire, il n’y a plus de Belges, een andere uitdrukking past niet bij wat er gebeurd is, bij het drama dat zich heeft afgespeeld. De nonkel van uw schoondochter, d’Udekem d’Acoz uit de West-Vlaanders, heeft een lidkaart van de N-VA aangevraagd.’
De vorst werd lijkbleek.
‘De dijk is doorgebroken majesteit. Wanneer ook de adel – uw traditionele steun en toeverlaat en trouwste dienaar – zich overgeeft aan het Vlaams-nationalisme, zal het niet lang duren of de Vlaamse strijdkrachten trekken de taalgrens over om spoed te zetten achter de staatshervorming.’
‘Meent u het mijnheer Van Dievel?’
De handen van de koning trilden meer dan gewoonlijk.
Ik knikte slechts.
‘Ook ik ben persoonlijk zwaar getroffen door deze evolutie, als dat u kan troosten: Brabançonne is geslaagd voor het ingangsexamen bij de N-VA, hij zit nu op het hoofdkwartier voor het gesprek met de jury. Zijn hoogste betrachting is parlementair medewerker van Siegfried Bracke te worden.’
Uit onze ogen welden tranen op. Een wijle zaten wij daar te snotteren.
‘Hoe gaat het met mijnheer Di Rupo?’ hernam zijne majesteit ons gesprek nadat hij zijn neus eens goed gesnoten had.
‘Majesteit, als ik u was zou ik nog rap over en weer vliegen naar de Azurenkust, want vanaf maandag is de congé gedaan, vrees ik. En laat uw koninklijke sabel slijpen. Ofwel om mijnheer die Rupo plechtig tot formateur te slaan, ofwel om zijn hoofd eraf te houwen. Het zal ‘t een of ‘t ander zijn.’
‘Mon Dieu, mon Dieu,’ mompelde de vorst.
‘Er is aan Vlaamse kant een ‘mijnheer Non’ opgestaan, majesteit, de immer sympathieke heer De Wever probeert het onderste uit de kan te halen en de Franstaligen willen alleen maar een vinger geven. Ik weet echt niet hoe het zal aflopen.’
‘Hebben wij een alternatief achter de hand, mijnheer Van Dievel?’
Het staatshoofd keek mij hoopvol en met droeve ogen aan.
Ik schudde langzaam het hoofd.
‘Tenzij u nieuwe verkiezingen als een alternatief zou beschouwen, sire, wat ik u ten stelligste afraad.’
‘Zal ik met Elio bellen?’
‘Doe dat, majesteit.’
‘En met Joëlle?’
‘Zeker doen, majesteit, ik heb trouwens een cadeautje voor u van mevrouw Milquet.’
Waarna ik de vorst een doosje Turks Fruit overhandigde.
‘Ik heb het boek graag gelezen,’ mijmerde zijn majesteit.
En na een stilte.
‘Enfin, dan ben ik ermee weg en ik kom maandag tegen de noen naar Brussel terug.’
‘U vergeet Pakistan toch niet, hé sire?’ vroeg ik in een opwelling.
‘Pakistan, is daar iets mee?’
De verbazing van de vorst was ongeveinsd.
Ik legde hem in korte bewoordingen uit welk onvoorstelbaar drama zich daar afspeelde en liet des konings mouw niet los vooraleer hij zijn portefeuille had bovengehaald.






Prachtig, in de “Oude Traditie NEW-stijl” – geschreven .. stukje .. !!!
Dit heb ik – likkebaardend & tandenknarsend – gelezen …
Hoezeer mis(te) ik – deze stijl – …..
Ik “Hunker” naar Méér ! van dit ….
Een Gretig, Gelukkig Lezertje …
Heerlijk,meer van dat a.u.b.,echt verfrissend in het nu kille B
‘t schijnt dat Joëlle ondertussen al kan lachen, als een “boer met kiespijn”.
Wat Elio omschrijft als al en ‘ghoeie ferstanghaudink’, we gaan er duidelijk op vooruit.
Volgens mij is Joëlle ondertussen beslagen genoeg om Wolkers ter hand te nemen.
golfbal
terwijl de koning vertoeft op zijn kasteel
(de ene zit op zijn paard
de andere in zijn club)
ga ik er ene pakken
en vraag aan de toog of zij de helft wil afhouden
als representatiekosten
netwerken
de cafébazin heeft het niet begrepen