‘Mijnheer Van Dievel,’ prevelde de vorst, ‘ u kunt niet geloven hoe blij ik ben dat ik u zie.’
De koning was oud geworden tijdens mijn afwezigheid. Ik schrok ervan.
Hij glimlachte triest toen hij merkte hoe ik hem monsterde.
‘Dees crise, mijnheer Van Dievel, heeft mij een coup de vieux gegoven van kanniemeer.’
Ook het taalgebruik van het staatshoofd had onder de politieke crisis geleden.
‘Heeft mijn trouwe huisvriend Brabançonne u dan niet met raad en daad bijgestaan, majesteit?’ informeerde ik.
De blik van de koning versomberde.
‘Uwen hond is al bijna vijf weken op vadrouille, mijnheer Van Dievel, in mijne Mercedes en met mijn Visa-kaart bovendien, en met de teef van Filip, niet Mathilde, wel te verstaan, maar zijnen hond.’
Wij wandelden zij aan zij over de slijkerige paden van de koninklijke tuin. Een herfstblad dwarrelde neer en bleef aan de koninklijke schedel kleven.
‘Zal ik de Kroonraad samenroepen, mijnheer Van Dievel? Ik weet echt niet wat ik nog meer kan doen. Ik heb echt alles geprobeerd.’
Ik schudde het hoofd.
‘De Kroonraad, majesteit, ‘ sprak ik, ‘bestaat voornamelijk uit politieke fossielen; hen bijeen roepen zal ons geen milimeter verder brengen.’
‘Eloi, Eloi, lema sabachtani*!‘ snikte het staatshoofd.
Ik legde mijn arm troostend over de koninklijke schouder.
‘Laat god erbuiten, sire, de mens ziet al genoeg af met zijn vertegenwoordigers op aarde.’
Ik reikte de vorst mijn zakdoek aan, waarmee hij zijn tranen droogde en waarin hij vervolgens luidruchtig zijn neus snoot, wat nu ook weer niet de bedoeling was.
‘Ik heb misschien een idee, majesteit…’, bracht ik aarzelend ten berde.
‘Spreek!’ kreet de vorst.
‘Ach, misschien is het toch geen goed idee,’ krabbelde ik terug.
‘Tut tut, daar beslis ik over,’ wees het staatshoofd mij terecht, ‘videz votre sac!’
‘Omdat we toch van nul moeten beginnen, zoals mijnheer De Wever gisteren zelf heeft gezegd, stel ik voor om de rol van mijnheer De Wever als uitgespeeld te beschouwen en ineens mijnheer Bracke tot formateur aan te stellen.’
De vorst keek mij ongelovig aan.
‘Dat zal nogal ambras geven bij de N-VA!’
‘Allez toe, majesteit,’ vervolgde ik, ‘u gelooft toch niet dat mijnheer Bracke in de politiek is gegaan om zwijgend naast de voorzitter te zitten en af en toe instemmend te knikken. Mijnheer Bracke zal niet neen zeggen als u het hem vraagt.’
‘Maar zal hij ons uit de impasse kunnen verlossen?’
‘Majesteit, wie zich net geen dertig jaar meer dan staande kan houden in de slangenkuil van de VRT, weet hoe de wereld en de Wetstraat in elkaar zitten. Zeg A tegen de ene en B tegen de andere, strooi kwistig met beloftes, moedig de interne concurrentie wat aan , goochel wat met de loge en met de kennis van de kerkelijke geplogenheden, profileer u als een conservatieve sociaal liberale Vlaams-nationalist zonder guldensporen of goedendag en er wordt veel mogelijk.’
‘Maar met wie moet mijnheer Bracke dan regeren?’
‘Met de liberalen natuurlijk.’
‘En zonder de socialisten?!’
‘Waarom niet? Ge moet tegenwoordig geen meerderheid hebben om een regering te vormen, ge kunt u ook laten gedogen. Ik denk dat mijnheer Bracke daar goed in is.’
‘Maar zal mijnheer Bracke een stabiele, daadkrachtige regering kunnen vormen die de staatshervorming tot een goed eind brengt en de economische crisis aanpakt?’
‘Majesteit, ik heb geen glazen bol. Ik peins van niet maar wie niet waagt die niet wint.’
De koning was nog niet geheel overtuigd.
‘Majesteit,’ haalde ik mijn laatste argument boven, ‘we zijn het enige Europese land zonder gouvernement, we worden overal uitgelachen, ik zou zeggen: beter Bracke I dan niks.’
‘Dat is waar, gaf de vorst toe,’ dat van dat uitlachen. Bon, ik moet eerst nog die twee filou’s -Flahaut en Pieters – bedanken voor hun moeite en daarna zal ik mijnheer Bracke ten paleize ontbieden.’
‘Siegfried,’ zei ik tien minuten later, ‘het heeft zweet, bloed en tranen gekost en ik heb u moeten ophemelen dat het niet schoon meer was, maar ik denk dat het in de saccoche is. Begin al maar rond te bellen om wat ministers bijeen te zoeken.’
‘Merci kameraad Lowie,’ sprak mijn voormalige hiërarchische meerdere, ‘ik ben deze morgen op de radio geweest en ik heb van de gelegenheid gebruik gemaakt om mijn kabinet samen te stellen. Zijt ge echt zeker dat ge geen minister wilt worden? Ge hebt het departement maar voor het uitkiezen.’
‘Laat mij de communicatie maar stroomlijnen, Siegfried, onderhands, als het kan.’
‘Natuurlijk, kameraad Lowie, natuurlijk, als het dat maar is.’
Waarna ik het nummer van Bart De Wever intikte.
‘Tenet te Bracke penis.’**
Meer zeide ik niet.
Noten:
* Mijn god, mijn god, waarom hebt gij mij verlaten?
** Bracke heeft u bij uw pietje.






Ah die Louis zendt weer uit vanuit zijn koekoeksnet !
Maar wat je raad aan de koning betreft, ben ik wat ontgoocheld hoor (de temperatuur van het land wat kwijt of te lang in de zon gelopen, wie zal het zeggen).
“Tabula rasa”, heeft de chef gezegd en die ongeschreven lei betreft ook Siegfried. Ten andere de zon komt alleen op als het terug dag is (zo ook voor zonnekoningen).
En zeg aan zijne majesteit maar zijn schuld te betalen aan Beatrix. Zij heeft immers haar weddenschap gewonnen, want heeft een regering (en wat voor een).
Ach Louis, in plaats van een nieuwe onderhandelaar aan te raden aan Zijne Eerwaardig Majesteit de Koning, zou je hem best eens aanraden dat hij het Waalse Gewest aanmaant hun jaarrekeningen voor te leggen aan het Rekenhof.
In de wetten staat dat zij die moeten neerleggen. Zij doen dit niet, waarom? Als cijferberoeper weet ik uit ervaring dat laattijdig of niet neergelegde jaarrekeningen van ondernemingen gewoonlijk een faillissement inluiden. ???? Denkpiste???
Ooit zal de P$ (geen schrijffout, in de Franstalige media schrijft men dit dikwijlsl zo) en zijn vazallen CDHallal (ook geen schrijffout wegens dezelfde reden) en Ecolo eens moeten inzien dat het geld van anderen verdelen van die anderen weerstand oproept.
In Wallonië bestaat er tegen dit trio geen oppositie behalve de MR. Misschien rekenen dezen op ons Vlamingen om hun inzichten omtrent het Waalse bestuur eindelijk te kunnen verwezenlijken.
P$ huivert daarvan. In hun plaats zou ik dat ook doen, maar nu moet iedere verantwoordelijke Belg hun confronteren met hun fouten uit het verleden. Dus nogmaals, raad de Koning aan de jaarrekeningen neer te leggen.
Siegfried met strikje
dat weeg je en dat wik je
Elio met strikje
toi en moi dat flik je
op een gijte en een ikje.