De vorst was in een jolige, ja zelfs overmoedige stemming toen ik hem opzocht voor ons wekelijks praatje over de stand der dingen. Men zou voor minder. Zijne majesteit was in Franstalig België immers uitgeroepen tot politicus van het jaar met een stemmenpercentage dat bij menig populair beroepspoliticus het schaamrood op de wangen had getoverd.
Wij wandelden lang de modderige paden van het koninklijke park. Nu ja, wandelen, ik kon het tempo van de vorst amper volgen. Zijn nobele gelaat straalde zoveel levensvreugde uit dat ik ieder moment verwachtte alsdat de koning zich aan een radslag zou wagen of zou pogen een flikker te slaan, of met andere woorden een luchtsprong zou maken en de hielen tegen elkaar tikken.
‘Wat een verschil met verleden week, sire,’ zei ik, ‘toen zat u echt wel in zak en as.’
‘Zo’n uitverkiezing is goed voor het moreel, mijnheer Van Dievel, nu kan ik er weer voor een poosje tegen,’ antwoordde de vorst, terwijl hij zich houterig huppelend aan een partijtje schaduwboksen waagde. Ik liet hem begaan, ook al wist ik met zekerheid dat de koninklijke masseur morgen veel werk zou hebben om de overbelaste spieren van het staatshoofd opnieuw tot enige soepelheid te bewegen.
Aan een kruising van paden hielden wij halt om het ongewone tafereel dat zich daar voor onze ogen afspeelde beter te kunnen bekijken. Drie eekhoorntjes – een obees, een bebaard en een bestrikt – zaten er te pokeren. Naargelang de ene of de andere een carré van azen of een full monty op het mos legde, verhuisden karren met hoge torens eikels, beukenootjes en dennenappels van kamp. Rondom de kaarters had zich een kring van supporters gevormd, van wie velen in lederhosen waren gehuld, anderen een rode foulard om de eekhoornnek hadden geknoopt en nog anderen zwarte kruisjes op hun voorhoofd droegen, alsof het alreeds Aswoensdag was.
‘Kijk!’ fluisterde de koning in mijn oor, ‘er is er eentje bij dat sprekend op mijnheer Bracke lijkt.’
En inderdaad: een buikig eekhoorntje met een vreemd snorretje volgde glarieogend van beate bewondering iedere beweging, ieder klein gebaar, ieder piepje van het obese soortgenootje, en hief bij iedere winst bij het kaartspel een luid jubilate aan, terwijl hij bij verlies met luide stem verkondigde dat de regels dringend dienden veranderd te worden daar zij de meerderheid der eekhoorns zouden benadelen.
In de achtergrond stonden eekhoorntjes met hun pet en hun stempelkaart in de hand te wachten op wat het pokerspel hen brengen zou.
Na een wijle vervolgden de koning en ik onze weg.
‘Als ik nu mijn baard eens zou laten groeien, mijnheer Van Dievel?’ vroeg de vorst, out of the blue.
‘Een baard zou u geweldig staan, sire,’ vleide ik, want mijn nikkel was nog niet gevallen.
‘Dat weet ik ook wel,’ zei de vorst, ‘maar ik bedoel: bij wijze van statement.’
Het moet zijn dat het winterweer niet bevorderend is voor de hersenactiviteit, toch niet bij mij althans, want nog steeds snapte ik niet waar de koning naartoe wilde.
‘Kijkt u dan nooit op Facebook of op Youtube, mijnheer Van Dievel?!’ vermaande zijne majesteit mij, ‘weet u dan niet dat tienduizenden landgenoten hun baard willen laten groeien tot er een gouvernement is?’
Schaapachtig moest ik toegeven dat deze burgeractie mij totaal onbekend was.
‘En ik denk dat ik de 23 ste januari ook mee ga betogen om de politiek onder druk te zetten. Incognito natuurlijk. En ongeschoren.’
‘Sire!’ kreet ik geschrokken, ‘u gaat toch geen gewicht geven aan een actie van een handvol malcontenten die denken dat ze het beter weten dan de lieden die wij in juni van verleden jaar verkozen hebben?!
‘U spreekt al gelijk van Ypersele de Spirou, mijn kabinetschef en de waakhond van de politique politicienne,’ sprak de vorst mij streng toe, ‘ik had van u een minder bekrompen houding verwacht.’
Deemoedig boog ik het hoofd. Wie altijd maar zit te spinnen en adviezen zit te verzinnen onder de stolp van de Wetstraat, weet op de duur niet meer wat er leeft onder het volk. Ik zou wat meer moeten doen zoals Siegfried Bracke, mijn voormalige hiërarchische meerdere, bedacht ik, en niet vies zijn van een polonaise op een pensenkermis.
Plots weerklonk er vlakbij een schot.
‘Bukken, majesteit!’ riep ik terwijl ik zelf in een greppel dook.
Maar het staatshoofd bleef doodgemoedereerd staan, en barstte zelfs los in vrolijk gelach.
‘Niets is wat het lijkt, mijnheer Van Dievel!’
Toen weerklonk een tweede schot, dat de geruite pet van zijne majesteit in een plas deed belanden. De vorst werd lijkbleek. En vervolgens purperpaars van woede, toen prins Filip, met karabijn in de handen, naderbij kwam en informeerde of we zijn kogel niet hadden zien passeren.






Ziedetwel, Louis, dat komt er van al uw stukskes. Zo maakt ge de “politicus van het jaar”.
Ge hebt Albert vanuit zijn pluchen paleis gemaakt tot een man van vlees en bloed én dierenliefhebber (wat vroeger alleen van jongste zoon kon gezegd worden).
Inderdaad, nu nog wat pensenkermissen waar de koning drinkt en we kunnen starten met de Yperseelse autocratie. Zoals het spreekwoord zegt : een kat in het nauw, maakt de gekste bokkensprongen (of zoiets).
In al mijn naiviteit (lang geleden in een Francophone nest geboren) verheugde ik mij erop dat onze Soeverein eindelijk zou doen wat nodig was. Elio een flink pak slaag geven.
Spijtig genoeg blijkt uit Uw omstandige uitleg ‘met andere woorden’ dat dit allerminst de bedoeling van onze Vorst was.
Gezien de klimatologische – (het wil toch niet meer sneeuwen) en mijn (U zal begrijpen) geslachtsgebonden omstandigheden; heb ik deze middag onder de douche uit protest mijn bikinilijn voortijdig flink bijgewerkt.
Eens zien wie er op 23 januari meest succes heeft met de full monty.
Tot slot iets voor insiders.
Het heeft zijne hoogheid Le prince Philippe Léopold Louis Marie de Belgique, prince de Belgique, duc de Brabant
behaagd; gisteren bij de opening van het autosalon, Niet plaats te nemen in de, inderdaad nogal benepen uitgevallen, Honda hybrid CR-Z.
Verklaring van de Monseigneur : pijn in de rug.
We weten hoe laat het is : binnen negen maand …
dit is misschien niet de plaats om te reageren op het artikel van Mark Eyskens maar toch. Lvd zal er misschien advies mee kunnen spinnen. Zeer terechte bedenkingen van professor Eyskens, echter :
het is de generatie Eyskens die België om zeep geholpen heeft. Wilfried Martens heeft voor zijn eigen politieke carrière Leo Tindemans vermoord door de kaart van het federalisme te trekken. Indien deze generatie politici de Staat op een ordentelijke manier had hervormd, oké, maar men heeft 30 jaar lang geld verdeeld, postjes gecreëerd en onwerkbare structuren op poten gezet. Misschien moeten we, met de woorden van Bart De Wever, echt van een wit blad beginnen : alle hervormingen van de laatste 30 jaar afschaffen en dan gedurende enkele jaren, buiten de aandacht van de media, werken aan een werkbare vorm van het federalisme. Ik vrees dat dit vooral voor de politici een brug te ver zou zijn…
Wat Mark Eyskens zelf betreft : een zeer verstandig man, een echte unitarist die er alles aan gedaan heeft om dat niet te vaak en niet te luid te zeggen om zijn eigen politieke carrière niet in gevaar te brengen. Nu zijn carrière afgelopen is en nu zijn CVP een Vlaamse koers probeert te varen, doet hij er alles aan om dit te verhinderen. Herinner u hoeveel moeite hij deed om het kartel te doen barsten of om de N-VA te laten opgaan in de CD&V. Mark Eyskens heeft op die manier de N-VA groot gemaakt en zijn eigen partij klein. Veel meer dan Yves Leterme is hij verantwoordelijk voor de teloorgang van de CD&V!
De oplossing voor België? Ik weet het ook niet. Ik vrees dat we door een grote crisis zullen moeten gaan om tot oplossingen te komen die in een normale situatie niemand zou slikken. Europa, VN-blauwhelmen, het faillissement, … Noem maar op want op een normale manier, met ons huidig wettelijk bestel en onze huidige generatie politici komen we er nooit uit.
Ik heb zelfs al gedacht dat koning Albert beter prins Filip eens zou laten proberen een regering te vormen! Waarom ook niet?