“KARTELS IN ALLE MATEN EN KLEUREN, KORTINGEN VOOR SCHEURLIJSTEN!”
“BESTEL NU REEDS UW KIESLIJST VOOR DE GEMEENTERAADSVERKIEZINGEN BIJ VDC!!!”
Brabançonne was zo geconcentreerd aan zijn spandoek aan het werken dat algauw de fraaie gietijzeren poort van mijn modeste villa zou sieren, dat hij de bel niet hoorde.
Moeizaam kwam ik uit mijn Chesterfieldzetel bij het knapperende haardvuur overeind en slofte naar de voordeur. Maar verder dan de dorpel kwam ik niet. Mijn mond viel open van verbijstering en ik moest mijzelf in de arm knijpen om zeker te zijn dat ik niet droomde.
‘Patron, het tocht!’ mopperde Brabançonne.
Maar toen hij zag hoe ik als bevroren in het deurgat bleef staan, kwam hij over mijn schouder meekijken naar het spektakel dat zich voor onze ogen aan de poort, in de gietende regen en de ijzige wind, ontrolde.
Daar torsten zes zwarte en tevens kletsnatte en bibberende medemensen, slechts gekleed in een lendendoek, een draagstoel, zoals de Nubiërs in de tijd van het Romeinse Rijk. En uit het venstertje van die draagstoel kwam het vierkante hoofd van Louis Tobback te voorschijn. Dat hoofd, u gelooft het misschien niet maar het is zo, was getooid met een namaak-lauwerkrans in en plaats van zijn normale slecht zittende kostuums van Succeskleding Meyers droeg Tobback iets wat op een uit een versleten en verkleurde gordijn geknipte Romeinse toga leek.
‘Van Dievel, aperiesque ostium, aut etiam tu quid?’ riep hij mistevreden in onze richting. Door de kracht van zijn stem begonnen de luiken te klapperen en viel er een pan van het dak.
Ik keek Brabançonne aan. Hij volgt immers avondschool potjeslatijn, dezer dagen. Het is een studierichting waar opnieuw toekomst in zit, naar het schijnt.
Hij zegt: gaat ge de deur nog open doen of hoe zit het?’ vertaalde mijn geliefde Dobermann.
‘Ut mattis tempus’, grommelde Tobback Senior toen ik aan kwam gerend om deze onverwachte en hoge bezoeker binnen te laten.
‘Hij zegt dat het verdorie tijd werd,’ fluisterde Brabançonne als een volbloed tolk in mijn oor.
‘Vraag hem eens waarom hij Latijn spreekt en niet gewoon zijn moederstaal?’
‘Cur Latine loqui, et non solum mater domine Tobback?’
‘Ex quo quaestiones set canes??‘, antwoordde onze gast op barse toon.
Wat ik ook zonder vertaling min of meer begreep.
Het deurtje van de draagstoel ging open, een van de zwarte dragers tilde Tobback eruit en deponeerde hem voorzichtig op de dorpel, tevens op het droge.
Een kwartiertje later zaten de moderne Nubiërs in de keuken bij onze huishoudelijke manager Dinska Bronski rond de kachel en lieten zich een stevige grog smaken, alsmede een droogwrijving met een ruwe paardendeken. Tobback was in de bibliotheek in mijn lievelingsstoel geklommen.
‘Wat brengt u naar hier, heer Tobback?’ dorst ik na een lange stilte vragen, ‘u komt toch niet voor een kartel?’
Onze gast stootte een akelig gelach uit dat de luster deed rinkelen en deel II van de Encyclopedie van de Vlaamse Beweging uit de boekenkast deed tuimelen.
‘Een kartel is voor losers, Van Dievel. In Leuven hebben wij dat soort tegennatuurlijke bondgenootschappen niet nodig. Eigenlijk heb ik niet eens een partij nodig om opnieuw tot burgemeester gepebliciteerd te worden. Kent ge dat woord niet? Dat is zoiets gelijk een volksraadpleging. Ik zou – als ik dat zou willen – twintig doppers van de straat kunnen halen en achter mij op de kieslijst zetten, dan haal ik nog de absolute meerderheid. Feitelijk doet de rest maar mee om de hoop te vergroten.’
‘Pride prius lapsum‘, mompelde Brabançonne.
‘Ik ben misschien niet van de jongsten, maar ik hoor nog goed, stukske hond!’ snauwde Tobback wijl hij probeerde om mijn geliefde dobermann een trap te verkopen (maar hij kon er niet bij).
Brabançonne kwam met een ruk overeind uit zijn mand en liet zijn blikkerende dobermannentanden zien.
”t Was maar om te lachen,’ krabbelde Tobback terug, ‘kunt ge daar niet mee lachen, allez dat was toch maar een mop.’
‘Als u niet voor een kartel gekomen bent, waarvoor dan wel, heer Tobback?’ informeerde ik want ik had het gevoel dat ik mijn tijd aan het verliezen was.
‘Mijn probleem is, voor zover ge van een probleem kunt spreken natuurlijk, ‘ galmde Tobback, ‘dat Leuven te klein is voor mij. Ik ben hier nu al achttien jaar burgemeester en ik heb van Leuven een modelstad gemaakt. Er kan hier niets meer verbeterd worden, al zeg ik het zelf, en mijn vrees is dat ik mij de komende zes jaar wat ga vervelen.’
‘U bent op zoek naar een nieuwe uitdaging, kan ik het zo stellen?’
‘Zo kunt ge het stellen.’
‘En hoe groot moet die uitdaging zijn?’
‘Zo groot als Antwerpen,’ zei Tobback na een korte stilte.
Brabançonne en ik veerden overeind.
‘Heb ik dat goed begrepen: wilt u burgemeester van Antwerpen worden?’
Louis Tobback lachte zijn tandjes bloot.
‘Ge zijt rap van begrip, dat is al iets.’
‘Dan moet u het wel opnemen tegen Bart De Wever, dat beseft u toch?’
‘Bart wie?’
‘U bent wel zeker van uzelf.’
‘Meer nog: ik zie mijzelf als de redder van Antwerpen. Met mij zullen orde en tucht, voorspoed en heil, respect en werkzaamheid wederkeren en wie niet mee wil doen jaag ik de stad uit.’
‘Dat is precies wat Bart De Wever wil.’
‘Door wie denkt ge dat de Antwerpenaars het liefst gekoeioneerd worden, door De Wever of door mij?’
‘En Patrick Janssens dan?’
‘Die mag burgemeester van Leuven worden. Allez, in naam hé, want ge denkt toch niet dat ik de touwtjes daar uit handen geef.’
Waarop hij uit de Chesterfield sprong en op zijn vingers floot, waarna zijn zwarte dragers kwamen toegesneld.
‘Planto certus is est sermo a Dievel!’, riep hij mij nog toe door het raampje van zijn draagstoel, waarna hij zijn dragers in eerste versnelling zette.
‘Hij zegt: zorg dat het in orde komt, Van Dievel,’ vertaalde Brabançonne.
‘Patrick,’ zei ik tien minuutjes later in de telefoon, ‘ik denk dat ik de oplossing voor uw angstdromen en nachtmerries gevonden heb. Komt ge graag in Leuven? ‘
****************************************************************
BELANGRIJK BERICHT: wilt u een prominente gastrol spelen in de volgende Van Dievel Consulting (met alle mogelijke gevolgen van dien ), dan moet u meebieden ten voordele van Music For Life. Eeuwige roem zal uw deel zijn! – lvd






Antwerpen vormt maar een kleine uitdaging voor een man van het formaat (figuurlijk dan) van Louis Tobback. Waarom zetten we hem niet meteen op Charleroi? Dat zou pas vonken geven.
Louis, ik zou graag uwen toga eens van dichtbij zien, je blijft ze uit jouw mouwen schudden!
Om van te snoepen!!! en zeggen dat Van de Lanotte De Wever heeft gevonden in de humor… ik had in zijn plaats ergens anders gezocht om “humor” te vinden…
Als “Tobbackus Imperator” dan toch een uitdaging nodig heeft, waarom dan niet ineens Brussel? En niet alleen 1000 Brussel, maar alle 19 gemeenten!!
En nu maar hopen dat die andere, kwistig latijnse citaten rondstrooiende mens uit het schoon verdiep kan worden gehouden!
Prettig feestdagen aan iedereen!
Het wordt tijd voor een standbeeld of een pleinnaam. Ook de duiven hebben rechten. Louis, gezeten op een paard, steigerend.Eervol gesneuveld op het veld van de verloren privileges. Een symbool van het Ancien Regime. Manneken Bak?
Oei, een foutje: pebliciteren bestaat niet. Wel plebiciteren. Het plebs dus, niet het pebls
lvd
@Wannes: een opzettelijk foutje nog wel…
Ik lach me kapot Louis!
Merci. – Eén van mijn belangrijkste wensen voor volgend jaar, – laat ons aub. verder van je heerlijke schrijfsels genieten.
Walter Larivière – Mechelen
Keizer Louis, het orakel van Leuven, de man die via hand- en span- en vriendendiensten t een en t ander kan regelen, in t belang van t land, maar vooral van t keizerrijk Leuven, zie maar naar gisteren, OHL wint van FCB, wedden dat de Louis niet langer tegen U place gaat zijn, als t maar Louis’ place mag noemen.
Heeft Dinska Bronska uiteindelijk toch de Red Star Line naar Canada genomen om er een geslachtsverandering te ondergaan?
Op deze balans moeten alle activa en passiva opgenomen worden voor de waarde in het economisch verkeer.