‘Patron,’ had Brabançonne ’s morgens nog gevraagd, ‘hebt ge nog tips? Maar dan rap, want de trein vertrekt over tien minuten.’
Ik had mijn geliefde dobermann nog eens aandachtig bekeken. Hij zag er pico bello uit in zijn kostuum van Ermenegildo Dinges. Hij droeg geen rode das, geen groene onderbroek en zijn vacht was van een modieuze lengte.
‘Verzwijg voor alle zekerheid uw lidmaatschap van de tempel der vrijzinnigheid,’ raadde ik hem aan, ‘als Antwerpse magistraten al geen Indische tempel meer mogen bezoeken, is het gevoel voor nuance zoek, vrees ik.’
Ik kneep hem nog een keertje bemoedigend in de wang.
‘Gij gaat dat goed doen, vriend, ‘ verzekerde ik hem.
Brabançonne zette er ferm de pas in, richting station Heide. Ik pinkte een traan weg. “Mijn” Brabançonne in de running voor de post van directeur-generaal bij het ministerie van Voortschrijdend Inzicht, wie had dat ooit durven denken. Ik dacht al aan de talloze voordelen die zijn ambt zou kunnen hebben voor het orderboekje van Van Dievel Consulting. Want onder ons gezegd en gezwegen, ik heb er spijt van dat de regering Di Rupo I eindelijk gevormd is; wij hebben schatten verdiend met onze waardevolle adviezen aan alle betrokken partijen. Maar sinds Sinterklaas bougeert er niet veel meer op de markt van de gebakken lucht. De kabinetten en de schaduwkabinetten hebben het gespin en gekonkelfoes helemaal naar zich toe getrokken. En op de prutsen die overblijven moet ik vijf procent korting geven. Die mantra “vijf procent inleveren” begint dik mijn voeten uit te hangen, als u het wil weten. Ik moet al betalen om een bankrekening bij Dexia te mogen hebben, ik wil niet nog een keer betalen voor het gat dat de flaters van de Dexia-top in de begroting hebben geslagen.
Rik en Siegfried
De uren passeerden. Ik hield mij onledig met het Facebookprofiel van Rik Torfs, dat de senator en hoogleraar Orakelrecht aan VDC heeft toevertrouwd. Ik postte enkele foto’s waarop mijn opdrachtgever er op zijn voordeligst uitziet, aanvaardde het vriendschapsverzoek van enkele fraai ogende dames en ontkende in alle toonaarden het hardnekkige gerucht dat ik (enfin, Rik Torfs dus) de nationale politiek ontgoocheld vaarwel zou zeggen. Nu is het wel zo dat mijn vriend Rik er wat voor spek en bonen bijloopt sinds de regering is gevormd en iedereen bij zijn partij in de pas moet lopen. Van het enerzijds-anderzijds-sprookje dat hij met Inge Vervotte had uitgedacht schiet niet veel meer over. Niets, zei zijn bloedeigen voorzitter onlangs in de krant. En dus blijft Rik met zijn immer opborrelende vernieuwingsideeën zitten.
In wezen zit Rik Torfs in hetzelfde schuitje als zijn kompaan Siegfried Bracke, die niet gemaakt is om zich in de oppositie vast te bijten in allerlei dossiers om aldus de regering in verlegenheid te brengen. Maar Siegfried koestert tenminste nog de illusie dat hij in oktober groenlinks zal kunnen verslaan in Gent, terwijl in Heist-op-den-Berg niemand weet dat Rik Torfs eigenlijk een ingezetene is van deze gemeente.
Al deze gedachten welden in mij op terwijl ik het voltallige partijbestuur van CD&V aan het defrienden was. Ik betrapte mijzelf erop dat ik steeds vaker naar de klok keek. Het werd vier uur, vijf uur in de namiddag, het werd donker. Waar bleef Brabançonne toch?
Net toen ik het nummer van Childfocus aan het opzoeken was, ging de telefoon. Het was de uitbater van café ‘t Centrum, gelegen in de schaduw van de Sint-Jozefkerk van Heide, en in betere tijden het stamcafé van het Kalmthoutse kartel van CD&V en N-VA.
‘Lowie,’ sprak de uitbater mij toe, ‘uwen hond hangt hier zat aan de toog. Wilt ge hem komen halen want hij valt de andere klanten lastig. In het Frans nog wel.’
‘Oei. Ik kom eraan.’
De kennis der beide landstalen
De uitbater van café ‘t Centrum had niet gelogen. Brabançonne hing lallend aan de toog. Er hing een ronduit vijandige sfeer in de drankgelegenheid.
‘Vriend, wat scheelt er toch?’ zeide ik terwijl ik mijn geliefde dobermann in evenwicht hield.
‘Ik ben gebuisd voor Frans!’ wist Brabançonne nog uit te brengen, alvorens in een klagelijk gejank uit te barsten dat de laatste cafébezoekers het etablissement uit joeg.
‘Gebuisd voor Frans, gij?!’
‘Boehoehoehoe!’
Minutenlang kon Brabançonne geen woord uitbrengen. Op mijn troostende schouder had zich een grote snotvlek gevormd.
‘Een poseur hebben ze mij genoemd, patron, een aansteller. Ik spreek zo goed Frans, zegden ze, dat ik de andere kandidaten belachelijk maakte.’
Waarna hij zijn hondenkop van mijn schouder losmaakte en op gedreven wijze en met tranen van ontroering in de ogen het wondermooie gedicht van Pierre Ronsard ( 1524-1585) voordroeg:
Mignonne, allons voir si la rose
Qui ce matin avoit desclose
Sa robe de pourpre au Soleil,
A point perdu ceste vesprée
Les plis de sa robe pourprée,
Et son teint au vostre pareil.
‘Waren de andere kandidaten misschien Walen die het niet konden verkroppen dat een Vlaming de taal van Molière (cliché!!!!) beter spreekt dan zijzelf?’ opperde ik.
Alreeds voelde ik hoe mijn alvleesklier een opstoot van kaakslagflamingantisme afscheidde.
‘Nee, patron,’ sprak Brabançonne mij tegen, ‘dat is het ‘m juist! De andere kandidaten waren stuk voor stuk Vlamingen die enkel steenkolenfrans spraken en die vonden dat hun gebrabbel de norm moest zijn.’
‘Ik heb liever dat ge hier niet meer komt,’ zei de baas van ‘t Centrum nog ten afscheid, maar daar sloeg ik geen acht op. Ik had het veel te druk met het ondersteunen van Brabançonne, die zo dronken was dat hij niet meer op zijn poten kon staan en die onophoudelijk uit Franse klassieken citeerde, alsook uit ‘Tais-toi en sois Belge‘, de politico-satirische pruikenrevue van aan de overkant van de taalgrens.
Het CGKR
Ter hoogte van de Guido Gezellelaan ging mijn gsm. Ik legde Brabançonne in het gras en stelde mijzelf voor.
‘Met Van Dievel Consulting.’
Mijn oproeper stelde zich voor als de kabinetschef van XXXXXXXXXXXX.
‘Zeg Van Dievel,’ sprak hij/zij, ‘wij zoeken een nieuwe directeur voor het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding. Zijt ge niet geïnteresseerd? Volgens ons hebt ge het perfecte profiel. De verloning is goed, al gaat er vijf procent af voor Dexia.’
‘Waarde heer/mevrouw, ‘ antwoordde ik na enig koortsachtig nadenken, ‘ ikzelf moet helaas bedanken voor de eer, maar ik denk dat ik de geknipte kandidaat heb voor u.’
‘We zijn benieuwd,’ zei mijn gesprekspartner.
‘Moet de kandidaat een zekere politieke kleur hebben? ‘ informeerde ik nog, terwijl ik een blik op de snurkende Brabançonne wierp.
‘De kleur heeft geen belang, alleen de bekwaamheid telt,’ verzekerde mij de persoon aan de andere kant van de lijn.
‘Dat valt mee, ‘ grapte ik, ‘want mijn kandidaat is een zwarte.’






LOL!! “kompaan Siegfried Bracke, die niet gemaakt is om zich in de oppositie vast te bijten in allerlei dossiers om aldus de regering in verlegenheid te brengen. Maar Siegfried koestert tenminste nog de illusie dat hij in oktober groenlinks zal kunnen verslaan in Gent”
Keep on dreaming zou ik zeggen. Meer en meer komt de negatieve communicatie van de vlaemschnationalisten naar boven, dit kan niet blijven duren.
Maar ik wens Brabançonne zijn nieuwe post in het Centrum voor gelijke kansen van harte toe! Ik meen dat een doberman er wel eens een succesverhaal van zou kunnen maken!
Neem aan van iemand die ‘t kan weten Lewie, ‘t gebrabbel dat in francophoon België als Frans verkocht wordt aan de anderstalige Belgen, ontlokt bij de Fransen enkel besmuikt monkelgelach.
btw : kan u mij uw btw nummer doorgeven? Spellingsadvies is niet gratis …
Louis,
De huidskleur is geen probleem, het is de mentaliteit en het respect dat iemand uitstraalt dat van tel is…
Als het iemand is die hun “opofferingen” kan doen stoppen is hij steeds welkom, en moet hij niet te lang wachten, want wij willen vooruit…
Groetjes
Ann
Lowie, groots noem ik dit!!!
Chapeau, om met mijn hoed in de hand te zeggen.
Louis,buiten enkele fraai ogende dames zoals I.Vervotte,L.Imbo en uw poolse dienstmeid mogen vrouwen kennelijk niet meespelen in uw stukjes.Nochtans hebben zij ook prangende sociale en politieke vragen. b.v.
Waarom lijden de toppollitica van groen aan overgewicht ofschoon ze vegetarier of macrobioot zijn ?
Hoe zit dat met de implantaten van Caroline G.?
Heeft Annelies Van herck echt een snor of ligt dat nu aan mijn nieuwe HD tv ?
Prachtig!! Een letterlijke LOL.
Lang geleden dat LvD nog zo schitterde!
@ Hilde : de snor is recent en Grieks (een poging tot intimidatie sinds Michael constant nabij de Akropolis vertoeft)
Ik weet dat Brabançonne last heeft van zever en gekwijl. Daarom wat betreft die post van directeur-generaal bij het ministerie van Voortschrijdend Inzicht : als er geen rapporten dienen gepubliceerd te worden en als ik niet dien te verschijnen voor onderzoekscommissies, dan ben ik de geknipte persoon. Ik draag ook een bril zonder glazen want, zoals iedereen het weet, kan men dankzij goede vergadertechnieken weten dat dit de beste oplossing is voor mensen met goede ogen.
Nu dat ik eraan denk lewie.Nog steeds niet opgemerkt dat siegfried geen vlinderdas meer draagt sinds hij in het parlement komt te zetelen.Zou de grote leider hem dat verboden hebben om niet geconfronteerd te moeten worden met de slogan “laat je niet strikken”
Wat hoor ik nu weer Louis, verhuizen (neen, niet uit Kalmthout maar met je tweede job, op de vrt) ? Nu je net zo goed bezig waart met die taallessen.
En naar ik hoor ligt Leuven in pole-position. Dat provincienest met een universiteit vanuit de middeleeuwen, het kan niet waar zijn.
Arm Vlaanderen, arme Lodewijk (om van Brabançonne maar te zwijgen) …
‘t Ja heer van Dievel, gedaan met dat sociaal gefraudeer door éénmansbedrijven zoals uwe VDC.
Binnenkort mag u zelfs de hondebrokken voor Brabançconne niet meer inbrengen als onderhoudskosten van uw beveiligssysteem…